De Schrijverstafel schrijft een Sprookjesboek!


Denk mee:

Wat wordt de titel van ons sprookjesboek?


'Sprookjes van de Witte'

of

'De Witte Sprookjes'



Eerst een workshop 'Sprookjes schrijven'


In een fantastische workshop 'Sprookjes Schrijven' van Lyda Westerink van 'Het Sprookjescafe', leerde zij ons de geheimen én de historie van sprookjes. Een prachtige avond die naadloos aansluit op ons streven om bij ons eerste lustrum op 3 november een sprookjesboek aan de bibliotheek aan te bieden. Een boek geschreven door de leden van de Schrijverstafel. We hebben het al eerder succesvol gedaan (een boek met verhalen over 'Secondhand Rose') en het zal nog vaker gebeuren.

En dan een echt sprookjesboek!


Het is niet gek dat er binnen de schrijverstafel veel wordt geschreven. Niet voor niets zijn we schrijvers. De meeste boeken worden door één auteur geschreven, soms met z’n tweeën en heel soms met z’n drieën. Maar dit boek wordt door veel meer auteurs geschreven! Dit gezamenlijk boek met nieuwe sprookjes is dan ook een fantastisch project waar we nu al enorm trots op zijn.


En dan is het straks 3 november, ons eerste lustrum. Hoe zouden we dat beter kunnen vieren, dan met de presentatie van een gezamenlijk geschreven boek?


Natuurlijk bieden onze leden die dit jaar een boek hebben uitgegeven dan ook hun boek aan. Het wordt dus een groot feest!



Ja, ik wil graag een boek reserveren

(Alle illustraties zijn slechts voorbeelden om in de sfeer te komen).

  Het sprookjesboek


Zoals op 6 januari 2026 al aangekondigd wil de tafel een nieuwe publicatie voorbereiden – het Sprookjesboek. Het idee is dat leden een sprookje schrijven, dat we elkaars sprookjes beoordelen en dat we de sprookjes als boekje uitgeven, voor onszelf vooral, voor de Witte en wie weet voor wie nog meer. De sprookjes staan op zichzelf, er is dus geen doorlopend verhaal, maar een reeks zelfstandige teksten zoals we ook hebben gedaan met het boekje Second Hand Rose.

 

Je wordt gevraagd een sprookje te schrijven van ongeveer 1000 woorden en vóór 1 augustus 2026 te sturen aan jgw@wissema.com. De sprookjes worden dan in hetzelfde format gezet en geanonimiseerd. Op onze bijeenkomst van 4 augustus gaan we, in plaats van deel te nemen aan de traditionele schrijfwedstrijd, alle sprookjes te beoordelen. Via een nog te bedenken systeem komt daar een winnaar uit die levenslang de hulde van onze club ten deel zal vallen.

 

Vervolgens gaan de sprookjes nog door een redactieslag (de redacteur heeft het laatste woord), wordt het opgemaakt en daarna in productie om er een mooi boekje van te maken. Ons tweede boekje moet dan klaar zijn op 3 november 2026, ons eerste lustrum, om te worden aangeboden aan de Bibliotheekcommissie. Daarna zijn ze te koop.


Wat is een sprookje en voor wie schrijven we?


Van belang is natuurlijk nog voor wie het boekje bedoeld is. We gaan uit van een regulier sprookjesboek zoals dat tegenwoordig bedoeld is voor kinderen. Zowel om zelf te lezen als om uit te worden voorgelezen.

 

Interessant is dat sprookjes vroeger niet voor kinderen bedoeld waren:

 

“Een sprookje is een van de oudste vormen van verhalen vertellen. Hoewel ze tegenwoordig vaak met kinderen worden geassocieerd, waren ze vroeger bedoeld voor volwassenen, vol met levenslessen en een tikkeltje wreedheid.”

 

Dit boekje is wel voor kinderen bestemd, dus levenslessen zijn prima, wreedheden niet.


Dus:

·      Sprookje voor kinderen (vgl. Grimm, maar zonder gruwelijkheden, Harry Potter, Anderson, Roald Dahl).

·      Ongeveer 1000 woorden)

·      Insturen vóór 1 augustus naar: jgw@wissema.com.

·      Meerdere inzendingen mag

 

Om enige overeenstemming te hebben, bijgevoegd wat kanttekeningen over wat een sprookje is.

Kerncriteria sprookje


1.    Tijd en plaats zijn vaag
Vaak begint het met iets als “Er was eens…”
Geen exacte jaartallen of concrete locaties (vaak een diep bos, een kasteel of een ver land, zonder specifieke namen).
Het verhaal speelt zich af in een tijdloze, onbepaalde wereld.


2.    Magische of bovennatuurlijke elementen

In een sprookje is het onmogelijke heel normaal:
Toverij, betoveringen, sprekende dieren, heksen, feeën, reuzen, dwergen, draken, glazen muiltjes, vliegende tapijten of een spiegel die kan praten.
Magische voorwerpen (ringen, spiegels, appels, mantels)


3.    Eenvoudige, archetypische personages
Personages zijn types, geen psychologisch uitgewerkte mensen
Voorbeelden: de boze stiefmoeder, de arme jongste zoon, de mooie prinses
Vaak geen uitgebreide namen of achtergrond.


4.    Duidelijke tegenstelling tussen goed en kwaad
Goed en kwaad zijn herkenbaar en scherp gescheiden

Het Goede is meestal dapper, mooi en eerlijk (de arme houthakker, de mooie prinses).
Het Kwaad is gemeen, lelijk en vaak jaloers (de stiefmoeder, de wolf).
De overwinning: Het goede wint bijna altijd, en de slechterik krijgt een passende straf.
Straffen en beloningen zijn duidelijk

 

5.    Een vaste verhaallijn
Probleem of gebrek (vloek, armoede, gevangenschap)
Beproevingen of opdrachten
Oplossing en vaak een gelukkig einde.


6.    Vaste Structuur en Getallensymboliek.

  (Getallen als 3, 7 of 12 komen vaak terug)
Sprookjes houden van patronen.
Drie-eenheid: Dingen gebeuren vaak drie keer. Denk aan drie wensen, drie broers of drie pogingen om een opdracht te volbrengen. Ook het getal zeven (zeven dwergen, zevenmijlslaarzen) komt vaak voor.
Herhaling: Bepaalde zinnen of gebeurtenissen worden herhaald om de spanning op te bouwen.


7.    Symboliek
Symbolische betekenis (bos = gevaar, huis = veiligheid).



8.    De Goede Afloop
De meeste sprookjes eindigen met een geruststellende conclusie.
De bekende afsluiting: "En ze leefden nog lang en gelukkig."
De moraal: Vaak zit er een impliciete les in het verhaal (bijvoorbeeld: wie goed doet, goed ontmoet).


Wanneer noem je iets géén sprookje?
- Als het realistisch is zonder magie → realistisch verhaal
- Als het vooral wil waarschuwen met dieren → fabel
- Als het een specifieke historische setting heeft → sage of legende
- Als het vooral grappig en actueel is → fantastisch verhaal of parodie


Samenvattend

Je noemt een verhaal een sprookje als het: tijdloos is, magie bevat, archetypische personages heeft en een duidelijke strijd tussen goed en kwaad laat zien.